Nieuwe Toekomst en Veranderende Tijden


Dr. Vijai S Shankar MD.PhD.

Religie & Mystiek

Nederland

Maart 2005

 

 

Gedachten drijven aan de mens voorbij – gedachten aan een ‘nieuwe’ toekomst, gedachten aan nieuwe tijden, gedachten aan nieuwe veranderingen en ook gedachten aan een nieuw leven! Deze gedachten dragen de kleur van ‘HOOP’. Deze gedachten voeden het ego met grootse verwachtingen. De mens kijkt in de toekomst om zich van het oude te ontdoen en om zich in het nieuwe te begeven! Op de een of andere wijze is de mens er van overtuigd dat het het nieuwe is, waar hij of zij naar zoekt, strevend en zoekend: het geloof dat het het nieuwe is dat de mens gelukkig zal maken!

 

Gedachten aan een nieuwe toekomst, tijd, verandering en leven is niets nieuws voor de mens. Deze gedachten hebben de mens vanaf de oertijd geplaagd, toen de geest van de mens begon te dromen! Vele jaren zijn voorbij gegaan, generaties zijn veranderd, nochtans, het ‘NIEUWE’, dat de mens gelukkig zou maken, moet nog komen! Zal het ooit komen? Of is het al gekomen en is de mens er niet in geslaagd om het te herkennen? En als het al gekomen is, hoe kan het dan opnieuw komen in de toekomst? Deze gedachten moeten overwogen worden.

 

Oud:

Ten eerste, de mens moet onderzoeken of er zo iets zou kunnen zijn als ‘HET OUDE’. Is er iets in het leven dat ‘Oud’ kan zijn in de absolute zin van het woord; oud als onafhankelijk en los van het nieuwe? Als er zoiets kan zijn als een oude, onafhankelijke entiteit, waar kan dan het scheidingspunt tussen het oude en het nieuwe gevonden worden? Kan zo’n punt worden vastgesteld door de mens? Het voor de hand liggende antwoord is: NEE.

 

Het is van vitaal belang om te begrijpen dat alles dat wordt gezien, gehoord, geroken, geproefd of aangeraakt als nieuw, niets anders is dan het oude zoals het op dit moment verschijnt. Het nieuwe is hoe het oude nu verschijnt! Oud is niets anders dan het nieuwe op dit moment! En het nieuwe wordt het oude direct op het moment dat het ervaren wordt als nieuw.

 

Het oude en het nieuwe zijn twee kanten van dezelfde munt, verandering genaamd. Er bestaat niets in het leven dat nieuw is, los van het oude. Het oude en het nieuwe zijn niet afgescheiden van elkaar. Wanneer het leven zo is, hoe zou er dan zo iets als ‘nieuw’ kunnen zijn: nieuw dat helemaal op zichzelf bestaat, onafhankelijk van het oude? Als de mens het nieuwe wil moet hij of zij bereid zijn het oude, dat in het nieuwe is ingebed, te accepteren!

 

Het oude was een moment geleden het nieuwe en het nieuwe zal het volgende moment alweer oud zijn. En deze twee momenten van oud dat nieuw was en nieuw dat oud zal zijn, zijn niet van elkaar afgescheiden, zijn nooit afgescheiden geweest en zullen ook nooit van elkaar afgescheiden zijn. Dus de droom van iets ‘nieuws’ zal altijd een droom blijven en ‘nieuw’ zal nooit een onafhankelijke entiteit zijn. Als het een onafhankelijke entiteit zou kunnen zijn, dan zou alles in het leven permanent zijn, want nieuw zou nooit oud worden. Objecten zouden nooit desintegreren, er zou geen behoefte zijn aan reparaties, vegetatie zou niet verwelken, dieren zouden niet sterven en de mens zou nooit ouder worden. Er zou op geen enkele wijze een verwachting kunnen zijn van groei. Het leven zou zichzelf niet kunnen manifesteren. Manifestatie zou helemaal niet mogelijk zijn! Het leven heeft plaats omdat het oude en nieuwe een constante transformatie is van het verschijnsel energie. Oud betekent dat het minder nieuw in zich heeft en nieuw betekent dat het minder oud in zich heeft. Of: nieuw is hoe het oude er uitziet of oud is hoe het nieuwe er uitziet. Beide zijn hetzelfde met verschillende gradaties van verandering!

 

Dit voortdurend veranderen van het oude als nieuw en het nieuwe als oud verloopt heel erg snel. De geest kan op zulke snelheid niet functioneren. Daarom brengt ze een scheiding aan tussen het oude en het nieuwe, zodat ze kan functioneren. Dit is een misleiding, een illusie, want er kan nooit iets oud of nieuw zijn, afgescheiden van elkaar!

 

De mens moet begrijpen dat het leven verandert en dat het verandert met enorme snelheden, want energie kan niet worden vernietigd zodat het oude dood is, noch kan energie worden gecreëerd om het nieuwe geboren te laten worden! Energie transformeert slechts van de ene vorm naar een andere! Wanneer de mens inziet dat het leven met grote snelheid verandert, zou hij het dan nodig vinden om naar het ‘nieuwe’ te zoeken? De mens zou dan alles in het leven nieuw vinden, fris en levend. Hij zou dan voorbij de mind zijn gegaan en functioneren met de snelheid van de verandering! De mens zou geen notie hebben van iets ouds! Spontaan, op dat moment zelf zou ook elke notie van nieuw uit de geest verdwijnen! De mens zou een natuurlijke staat van onveranderlijkheid hebben verworven, want hij zal geen notie hebben van verandering – onveranderlijk in de betekenis van levend, elk moment! Het moment dat eeuwig is! De mens zal ook geen notie hebben van dood, want dood is altijd oud! De mens kan nooit uitzien naar een nieuwe dood! De mens kan echter wel een nieuw leven wensen, er over dromen en het zich voorstellen, maar nooit een nieuwe dood! Door het onveranderlijke te zijn, zal de mens de dood overwonnen hebben! Dit lichaam dat vergaat zal worden gezien als een transformatie zonder concepten van leven of dood! De mens zal het kostbare leven zelf zijn geworden: het leven voorbij de mentale concepten van leven en dood.

 

Wanneer de mens over het ‘nieuwe’ spreekt, heeft hij eigenlijk niet over het ‘nieuwe’ gesproken als iets echt ‘nieuws’, want het nieuwe waar de mens aan zou kunnen denken, zou altijd een verwijzing hebben naar het oude ofwel dat wat dood is! Dus, het is noodzakelijk om te begrijpen dat de mens voortdurend alleen maar over het dode spreekt en niet over dat wat levend is, fris en nieuw, want het is gewoon niet mogelijk! Het nieuwe moet geleefd worden en kan niet gedacht worden! Liefde is verbonden met het leven en gedachten zijn verbonden met de dood! De mens kan zich alleen het oude en het dode herinneren en niet het nieuwe en het levende! Als zulks de netelige positie van de geest is, wat is dan het nut om te hopen op het nieuwe, als de mens het zich nooit kan herinneren? Het nieuwe kan alleen geleefd worden, maar niet herinnerd! Hoewel de mens zich alleen herinnert dat wat dood is, bestaat dit dode doorgaans uit objecten en gebeurtenissen – maar dan als een doorlopende film.

 

De mens wil veranderen maar verlangt nooit om nieuw te worden – nieuw dat alles overstijgt wat maar oud zou kunnen zijn. Maar de verwachtingen die een mens heeft van een nieuwe mens, zijn ook weer gebaseerd op zijn concepten van oud! Dus, de mens verlangt slechts naar dezelfde oude mens, maar niet naar iets dat werkelijk nieuw is! Deze nieuwe mens is hij of zij die niet naar het nieuwe verlangt!; of naar een verandering! Genoeg over het oude; maar wat te zeggen over toekomst?

 

Toekomst:

Wat zou toekomst kunnen zijn? Is toekomst een plaats? Is toekomst tijd waar gebeurtenissen plaatsvinden? Is toekomst bestaand? Zou toekomst bezocht en onderzocht kunnen worden, of louter worden verbeeld? Deze vragen moeten worden onderzocht, wil welke geestelijke gezondheid of vrede dan ook in de mens kunnen gaan heersen. Als toekomst een plaats is, heeft de mens het ooit bezocht, het betreden en er in geleefd? Zo’n plaats is nog nooit gevonden en zal nooit gevonden worden, want zo’n plaats bestaat niet. Als het zou bestaan, waar zou het dan kunnen bestaan? De mens weet het niet en als hij of zij het niet weet, hoe zou het dan ooit gevonden kunnen worden, want de mens zal immers nooit weten waar toekomst gezocht zou moeten worden? Hoewel de mens droomt over de toekomst, moet hij begrijpen dat hij of zij nooit in een plaats zal kunnen leven, genaamd toekomst, want zo’n plaats is een verzinsel van de fantasie van een dromende geest!

 

De toekomst is geen realistisch tijdsgebied. Een raket zou vanaf een tijdstip vandaag kunnen reizen rond de wereld en weer terug naar het zelfde punt, en dat binnen een paar minuten. Door dat te doen zou de raket door morgen hebben gereisd, gisteren hebben bezocht en opnieuw terug zijn in vandaag – alles binnen het bestek van een paar minuten. Als morgen en gisteren echt 24 uur duren, zou zo’n reis dan wel mogelijk zijn? Als morgen werkelijk een tijdsduur van 24 uren zou hebben, dan zou de raket voor die tijdsduur in morgen vastzitten. En dezelfde situatie zou de raket vasthouden in gisteren. En aangezien gisteren dood is, zou er geen kans zijn voor de raket om of eruit te komen naar vandaag of binnen te komen vanuit morgen! Om het verleden te betreden zou het voor de raket nodig zijn om eerst naar het heden te komen. Maar de raket maakt deze overtreding niet bij zijn reis rond de wereld. Dus hoe ging de raket van morgen naar gisteren? En, nog belangrijker, hoe kwam hij terug in het heden vanuit een dood verleden? Er is nooit een toekomst of een verleden. Alles wat er is, is het aanwezige nu, waar de raket de gehele tijd was. De verandering in de intensiteit van licht in het heden zorgt voor de geboorte van het bestaan van tijd, genaamd toekomst of verleden. Dus, men moet begrijpen dat, aangezien toekomst een denkbeeld is, alle ideeën over nieuwe toekomst ook denkbeelden zijn, illusionair en niet-bestaand. Alles wat er is, is het altijd-veranderende ‘nu’. Het nu dat nieuw is, fris en levend. Als er geen toekomst en geen verleden bestaat, zou dan het heden kunnen bestaan? Wat voor betekenis zou het heden kunnen hebben, als toekomst en verleden niet zouden bestaan? Hieruit volgt dat zelfs het heden een fictie is, want tijd is afwezig in het heden. Alles wat aanwezig is in het leven, is het tijdloze ‘nu’.

 

Zou de toekomst echt kunnen zijn? Als het werkelijkheid is, dan moet het onafhankelijk zijn, absoluut en bewoonbaar. Maar heeft er iemand in de toekomst geleefd? Of zelfs kunnen denken over de toekomst, zonder referentie naar het verleden? Dit zou onmogelijk zijn, want alle ideeën over de toekomst ontstaan op basis van het verleden. En gezien verleden niet-bestaand is als een plaats of tijd, hoe zou toekomst dan kunnen bestaan als iets werkelijks? Het ‘nu’ is de toekomst. Het nu is het verleden. Het nu is een tweezijdige munt, een zijde is het verleden en de andere zijde is de toekomst en ze zijn beide samengevoegd door het heden! Elk moment is het verleden, heden en toekomst en het zijn geen gescheiden verblijfplaatsen.

 

In het heden is het onmogelijk om een gebeurtenis te identificeren of zelfs om er in het heden over te spreken. Over een gebeurtenis wordt altijd pas gesproken, nadat het als het verleden is verdwenen! De geest kan niet denken in het heden als het heden. Het kan alleen het heden denken als het verleden of de toekomst. Als het leven zo is, betekent het alleen maar dat een gebeurtenis niet in het heden kan bestaan, als er niet over gesproken kan worden als zijnde in het heden! Dit suggereert dat een gebeurtenis niet-bestaand is in het heden. Alles wat er is in het heden is een snelle transformerende energie! Als een gebeurtenis niet-bestaand is in het heden, hoe kan het dan het verleden zijn binnengegaan? Dus, een gebeurtenis kan niet in het verleden bestaan, omdat de gebeurtenis in de eerste plaats nooit in het heden heeft bestaan. Wanneer gebeurtenissen afwezig zijn in het verleden, hoe kunnen gebeurtenissen dan in de toekomst bestaan? Denken aan nieuwe gebeurtenissen in de toekomst, blijft slechts als gedachten en niet als feitelijke gebeurtenissen in ruimte en tijd! Dus wat heeft het voor nut om te dromen over een nieuwe toekomst, wanneer een dergelijke toekomst nooit bezocht kan worden, ervaren of geleefd? Wanneer de mens het eeuwig aanwezige ‘nu’ in totale alertheid leeft, zou de mens de toekomst in het ‘nu’ hebben geleefd! De mens zou het ‘nu’ als de toekomst leven! Een dergelijk mens zou niet dromen dat er betere tijden zullen komen in de toekomst!

 

Tijd:

De mens wordt geregeerd door tijd. Tijd domineert de mens. De mens gelooft dat hij in tijd leeft. Als de wijzers van de klok worden verwijderd en de klok blijft tikken, wordt de tijd dan door het tikken tot uitdrukking gebracht? Als gedachten niet bewegen, zou er dan tijd zijn? Doordat gedachten in de geest bewegen, creëren zij tijd, net zoals de wijzers van de klok tijd creëren door hun rondgaande beweging. Als gedachten tijd zijn, dan moet er, wil tijd aanwezig zijn in het heden, een gedachte aan tijd zijn in het heden. Maar, nader bekeken, bevat het heden alleen geluid en geen gedachte. Een gedachte bestaat in de geest en niet in het leven. Dus, het leven is tijdloos en de geest is vol tijd. Tijd is niets anders dan geluid, getransformeerd tot gedachten over tijd, maar tijd als werkelijke entiteit is afwezig in het leven!

Als tijd afwezig is in het heden, hoe zouden er dan betere tijden kunnen bestaan in de toekomst? De betere tijden in de toekomst zijn alleen maar betere gedachten in de geest! Het ‘nu’ is zonder tijd en de tijd van de toekomst is slechts een gedachte in de geest! Als tijd afwezig is in het leven en een verandering alleen in tijd kan plaatsvinden, is het voor het leven dan mogelijk om in het heden te veranderen? Wil iets veranderen, dan zou er tijd vereist zijn! Dus, het leven verandert niet, maar transformeert zichzelf spontaan met snelheden die de geest gewoonweg niet kan registreren of begrijpen.

 

Verandering:

De mens wenst, hoopt en verlangt dat betere tijden in de toekomst veranderingen zouden

brengen in het leven! Hoe zou dit mogelijk kunnen zijn? Een verandering kan alleen in tijd plaatsvinden en, aangezien tijd afwezig is in het heden, hoe zouden er ooit veranderingen kunnen zijn in de toekomst, wanneer zelfs de mogelijkheid om te veranderen in het heden er niet is, aangezien tijd afwezig is in het heden! Alles verandert razendsnel in het eeuwig aanwezige ‘nu’. De mens kan een verandering verwachten als verandering tot stilstand is gekomen. Als geen verandering plaats heeft in het leven, dan zou men kunnen dromen van een verandering en zich een verandering verbeelden. Maar wanneer het leven elk moment continu verandert, hoe zou dan nog een verandering kunnen plaatsvinden?

Wanneer het leven verandert - of de geest dit leuk vindt of niet - wat heeft het dan voor zin om een verandering te wensen of ervan te dromen? Wat wil de mens veranderen als niets in het heden kan worden aangeduid als niet-veranderend? Verandering is niets anders dan een transformatieproces van energie. Energie dat leven is!

 

Bovendien, waarom wenst de mens een verandering of droomt hij van verandering? Hij of zij doet dit voornamelijk vanwege gebrek aan geluk, teleurgesteld en ontevreden over de verandering die al plaats heeft in het leven! Als het plaatsvinden van verandering de mens onrustig maakt en bezorgd, of hem in de greep houdt van angst, zou dan elke andere vorm van verandering niet hetzelfde doen?; want het is verandering die debet is aan het genereren van disharmonie bij de mens. Is er enige mogelijkheid dat de mens zeker zou kunnen zijn dat een bepaalde verandering hem of haar gelukkig zou maken? En als die er is, zou die verandering permanent kunnen zijn, zodat ook geluk permanent zou kunnen zijn? Zou die bepaalde verandering ook niet veranderen? En welke zekerheid is er dat de daarop volgende verandering zou resulteren in geluk? Zou deze onzekerheid geen angst veroorzaken voor de mens? En dat allemaal vanwege verwachtingen van een betere toekomst, betere tijden, beter leven!

 

Er is geen behoefte aan verandering, omdat het leven elk moment al verandert. De aard van het leven ís verandering. Het moment dat de mens zich realiseert dat het leven een veranderend fenomeen is, op dat moment van totale realisatie, zal hij het eeuwig-veranderende leven worden. Het eeuwig veranderende zal zijn aard worden. De mens zal zien dat zijn of haar aard een voortdurend, veranderend fenomeen is. Het eeuwig-veranderende zal waargenomen worden als zijnde ‘nieuw’, zonder het idee dat er enige verandering nodig zou zijn. De mens zou niet dromen van betere tijden, want, het leven, zoals het is, zou worden waargenomen als iets dat zo gelukzalig is als het maar kan zijn, omdat het leven voortdurend verandert! Dit is de nieuwe mens. Een tevreden mens.

 

Met dit begrip transcendeert de mens naar de eeuwig, onveranderlijke staat, van waaruit het eeuwig-veranderende leven gemanifesteerd wordt als een feest van licht en geluid.

 

© Copyright V.S. Shankar, 2005

 

 

 

Terug naar artikelpagina

 

 

back to articles page